JM KEYNES GROOTSTE ECONOOM ALLER TIJDEN…???
29 mei, 2010 | door MHAAGEN |
Dat lees ik zopas in De Tijd. Weten de stemmers wel wie Keynes was ? Dit is de man die zei dat de economie terug aangezwengeld moet worden door overheidsuitgaven ! Net daardoor zitten we nu in de grote shit, excusez moi ! Wie dit kan tegenspreken, grààg…
Waarom is Keynes volgens economisch Vlaanderen de grootste? ‘De huidige crisis maakt de analyses van Keynes actueler dan ooit’, prijst Freddy Van den Spiegel, de hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis. ‘Weinig economen drukten zo hun stempel op de 20ste eeuw als Keynes’, vult zijn collega Peter Vanden Houte van ING Belgium aan. Ook de loftuitingen op de blog lopen in de tientallen. Paul De Grauwe, professor economie aan de KULeuven, legt in één zin uit waarom: ‘Keynes kwam tot het inzicht dat een vrije markt tot grote instabiliteit kan leiden en dat de overheid een taak heeft om markten te stabiliseren.’
Ik geef u hier even wat Wikipedia over Keynes schrijft. Vooral de laatste zin goed lezen. Ik ben één van die economen die beslist tégen Keynes is…!
John Maynard Keynes
John Maynard Keynes (Cambridge, 5 juni 1883 – Firle, East Sussex, 21 april 1946) was een Brits econoom. Hij is vooral bekend geworden door het boek The General Theory of Employment, Interest and Money (De algemene theorie over werkgelegenheid, rente en geld), waarin hij de Keynesiaanse theorie beschrijft, waarmee hij de grondlegger zou worden van het naar hem vernoemde Keynesianisme (ook wel anticyclische begrotingspolitiek genoemd). De General Theory gold zo’n dertig jaar, vanaf kort na het verschijnen tot eind jaren zestig als de grondslag van de hedendaagse macro-economie. Vanaf de jaren zeventig boette zijn werk aan populariteit in. Onder invloed van de in 2007 ontstane kredietcrisis is de belangstelling voor zijn werk de laatste jaren echter weer sterk toegenomen.
Levensloop
Keynes’ vader, John Neville Keynes, was eveneens econoom en zijn moeder was een voorvechtster van vrouwenrechten. Keynes had al op jonge leeftijd de neiging om zijn wil aan andere mensen op te leggen. Op de lagere school had hij al iemand in dienst om zijn boeken te dragen in ruil voor hulp bij huiswerk. Ook had hij een contract met iemand aan wie hij een hekel had: deze persoon moest vijftien meter bij hem vandaan blijven in ruil voor de bezorging van een bibliotheekboek per week. Na de exclusieve kostschool Eton College bezocht te hebben studeerde Keynes aan de Universiteit van Cambridge. Hij studeerde aanvankelijk wiskunde en filosofie aan King’s College. Pas later ging hij economie studeren. Vanaf zijn eerste jaar in Cambridge maakte hij deel uit van de Cambridge Apostles.
Naast baanbrekend econoom was Keynes ook een vooraanstaand lid van de Bloomsburygroep, Engelands ‘avant-garde‘ van intellectuelen en kunstenaars. Andere leden van deze club waren Virginia Woolf en Bertrand Russell. Keynes was homoseksueel maar trouwde desalniettemin in 1925 met Lydia Lopokova, een beroemde ballerina. Hij vergaarde zich een groot vermogen dankzij slimme beleggingen in buitenlandse valuta. Aan het eind van zijn leven speelde hij ook nog een rol bij het opstellen van het systeem van Bretton Woods voor het naoorlogse internationale geldstelsel. Daarvoor reisde hij regelmatig naar de Verenigde Staten.
Keynes was gouverneur van Eton en lid van de Raad van Bestuur van de Bank van Engeland. In 1942 werd Keynes als Baron Keynes in de adelstand verheven. Hij nam zitting in het Hogerhuis en voerde daar ook geregeld het woord. Hij overleed op 62-jarige leeftijd met eredoctoraten van de universiteiten van Edinburgh, Parijs (Sorbonne) en van Cambridge. Zijn beide ouders waren tijdens de rouwplechtigheid aanwezig. Keynes werd gecremeerd en zijn as verstrooid. Keynes’ ideeën worden nog steeds onderwezen en hebben het economische denken drastisch veranderd. De volgers van zijn ideeën worden Keynesianen genoemd.
Werk en carrière
In 1907 werd hij ambtenaar bij het Ministerie van Koloniën, al was hij liever bij de spoorwegen gegaan. Hij had toen al een hoog geprezen boek over waarschijnlijkheidsrekening uitgebracht. Hij werd hoofdredacteur van het invloedrijke Britse economische tijdschrift ‘The Economic Journal’ in 1911. In 1913 publiceerde hij het boek Indian Currency and Finance. Hij keerde terug naar Cambridge als docent.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog weigerde Keynes dienst maar bekleedde hij een post bij het ministerie van Financiën. Op die post heeft hij volgens sommigen meer bijgedragen aan de oorlogsinspanning dan menig ander burger. Aan het eind van deze oorlog was Keynes aanwezig als topambtenaar bij de vredesconferentie van Versailles. Hij nam ontslag omdat hij het niet eens was met wat werd besproken op die conferentie. Hij schreef hierover het boek The Economic Consequences of the Peace. Volgens Keynes stond in Versailles niet het herstel van Europa voorop, maar een politieke wraakactie die een grotere oorlog zou uitlokken. Hij voorspelde ook dat de herstelbetalingen die Duitsland waren opgelegd de Duitse economie zouden ruïneren. Zijn gelijk werd bevestigd door de Duitse hyperinflatie en door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
In 1923 publiceerde hij het boek Tract on Monetary Reform en in 1930 de Treatise on Money.
In dat laatste boek besprak hij het afwisselen van oplevende en afnemende bedrijvigheid. In 1936 verscheen zijn boek General Theory of Employment, Interest and Money . Dit boek zou standaardlectuur worden voor economen in de decennia van 1945 tot in de jaren tachtig. Tot het schrijven ervan werd hij gebracht door de grote crisis in de jaren dertig. Het maakte hem tot een van de invloedrijkste economen van de twintigste eeuw. Zijn theorie is nog steeds terug te vinden in de meeste HAVO- en VWO-schoolboeken. Keynes legde de nadruk op de vraagkant van de economie, en hij stelde dat de overheid moet investeren in de economie om hiermee herstel te stimuleren. Als de overheid bijvoorbeeld een groot infrastructureel project opstart zal dit leiden tot meer banen en een hogere consumptie, en daardoor weer tot een hogere productiviteit. Door de investeringen van de overheid kan de vraagkant van de economie worden gestimuleerd, wat positieve gevolgen heeft voor de economie. Echter, veel economen zijn van mening dat investering van de overheid weinig zin heeft en dat het vooral resulteert in een hoge staatsschuld (komt u zeker wel bekend voor…?)
5 Reacties op “JM KEYNES GROOTSTE ECONOOM ALLER TIJDEN…???”
Door Luc lcdnlf op 29 mei, 2010 | Reageer
Zelf ben ik geen econoom en geen volgeling van een economische school of persoonlijkheid.
Toch wil ik een ander standpunt over Keynes ideeën ventileren. Enkel en alleen om het gesprek over dit onderwerp op gang te brengen en de lezer aan het denken te zetten.
Voor zover ik Keynes hoofdidee kan samenvatten. In slechte tijden investeert de overheid in de economie door bijvoorbeeld infrastructuurwerken te laten uitvoeren, maar – en dat wordt veel minder onder de aandacht gebracht – in goede tijden geeft de overheid minder uit om de schulden af te bouwen.
Deze crisis is in eerste instantie ontstaan, omdat banken te grote financiële risico’s hebben genomen en moesten gered worden. Het overheidsgeld dat diende om die reddingen mogelijk te maken, zijn bezwaarlijk investeringen in de economie te noemen.
Ik vraag mij af of dat overheden in goede tijden aan schuldsanering hebben gedaan. De belastingen zijn ooit verhoogd en nooit verlaagd. Het was al een hele heksentoer om een begrotingsjaar in evenwicht af te sluiten, laat staan een overschot te hebben dat kan dienen om het tweede luik van Keynes theorie toe te passen.
Dat maakt dat aan de vooravond van de volgende crisis de overheden nog zwart van de schulden zaten van de vorige. Keynes raadde aan om in goede tijden schulden af te bouwen.
In Vlaanderen pleitte in goede tijden Mia Devits, die van het ABVV (vakbondsorganisatie) naar de socialistische partij over stapte, om “tijdelijk” in onevenwicht te gaan !!!
Is dat Keynesiaans??? Ik betwijfel het sterk.
Als in Engeland met de auto wil rijden, wordt je verwacht links te rijden. Als je besluit in het midden van de weg te rijden, stap ik liever niet bij je in de auto.
Twee maal is volgens mij de theorie van Keynes als excuus gebruikt en misbruikt. In goede tijden werden de schulden niet afgebouwd en in slechte tijden werd het geld gebruikt om financiële putten te vullen en niet om te investeren.
Door Bart op 29 mei, 2010 | Reageer
Luc lcdnlf
Ben helemaal eens met je samenvatting van Keynes hoofdidee. Ook zijn uitspraak van een barbaars relikwie is vaak helemaal verdraaid.
Maar wat Keynes beschrijft en uitdraagd is een systeem met als basis het maken van inflatie. In dit systeem moet wel centraal worden ingegrepen, en precies dit ingrijpen is juist de bedoeling van overheden met behulp van centrale banken (veranderen geldhoeveelheid en daarmee ook de omloopsnelheid van geld beïnvloeden, rente). Met dit ingrijpen kunnen overheden controle uit oefenen op hun bevolking.
Juist als er niet zou worden ingegrepen door overheden en centrale banken dan zou er deflatie ontstaan. Door een echt vrije markt worden producten en diensten uiteindelijk goedkoper. De mensen worden welvaarender en onafhankelijk van een overheid omdat hun koopkracht toeneemt.
L. von Mises was de tegenpool van M. Keynes
Door JVD op 31 mei, 2010 | Reageer
Bart,
Wat ik van Keynes weet is dat hij helemaal geen inflatiesysteem promoot : als er teveel van iets is moeten de prijzen dalen. Maar bv in de jaren 70 na de eerste oliecrisis is het door ingrijpen van de overheid met het indexatie systeem (al of niet terecht) belet dat de groei van de werkloosheid de arbeidskost verminderde. Dus dat ingrijpen van de overheid was zeker niet Keyniaans. En de inflatie die daaruit ontstond ook niet.
Door Bart op 31 mei, 2010 | Reageer
JVD,
Bij het doen van mijn reactie is o.a onderstaande link een artikel van J. Turk mijn bron geweest. http://goldmoney.com/documents/barbarous-relic.pdf
MHAAGEN haalt juist aan dat in moeilijke tijden (overproductie gevolg van vraaguitval) volgens Keynes de vraagkant moet worden gestimuleerd. Daarom klopt uw verhaal vanaf het begin al niet want de prijzen zullen als gevolg van deze stimultatie juist niet dalen. J. Turk legt dit o.a. ook uit in bovenstaande artikel.
Door JVD op 31 mei, 2010 | Reageer
Initieel was er geen vraaguitval; maar de overheid zag niet in dat bij de kostprijsverhoging van een buitenlands produkt de ganse bevolking verarmt/moet verarmen. Zij greep dus in, maakte de arbeidskost veel te duur door de indexatie volledig te laten spelen, zonder dat dat moest volgens Keynes. Bij de laatste prijsverhogingen van de brandstof hebben ze die stommiteit niet meer gedaan doordat de energiekost uit de index was gehaald (en waren de gevolgen van die energiekost ook wat gedempt door de stijging van de euro tov de dollar).
Niet dat ik een fan ben van Keynes maar geen econoom bakt er iets van als nieuwe feiten zich voordoen.